Het Concurrentiebeding anno 2016!

Op 1 januari 2015 is de Wet Werk & Zekerheid (WWZ) ingevoerd. Een groot deel van het arbeidsrecht is sindsdien gewijzigd. Ook zijn de regels omtrent het gebruik van een concurrentiebeding gewijzigd. De hoofdregel die geldt vanaf de invoering van de WWZ is:

 het concurrentiebeding is slechts geldig indien er in de arbeidsovereenkomst is gemotiveerd waarom er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn, die het beding noodzakelijk maken.

 Zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

De eerste vraag die rijst is wat er verstaan dient te worden onder een “ zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang”. De wetgever heeft zich hier niet over uitgelaten. Ook de wetsgeschiedenis schept hieromtrent geen duidelijkheid. Dat brengt mee dat de wetgever het aan de rechterlijke macht over heeft gelaten om nadere invulling te geven aan deze voorwaarde.

Gemotiveerd

Voorts is van belang in hoeverre het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang gemotiveerd dient te worden. Ook op dit onderdeel heeft de wetgever geen duidelijkheid verschaft. Dat betekent dat ook hieromtrent slechts duidelijkheid kan worden verschaft via de gerechtelijke uitspraken.

Inmiddels hebben diverse rechters zich uitgelaten over de nieuwe regels omtrent het concurrentiebeding. Hieronder zal een viertal uitspraken worden besproken, teneinde te bezien of er al een lijn in de jurisprudentie valt te ontdekken. De 4 kantonrechters die zich over deze zaken bogen, hebben tweemaal geoordeeld dat de motivering van het zwaarwegende bedrijfsbelang voldoende was en tweemaal niet.

Concurrentiebeding geldig

Op 19 februari 2016 had de rechtbank Utrecht de taak om te oordelen over een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst welke was aangegaan voor bepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst was onder andere het volgende opgenomen:

Werknemer krijgt in de uitoefening van zijn functie toegang tot alle essentiële bedrijfsgegevens, waaronder prijstactieken en prijsstellingen, volumes en andere strategische klantinformatie.”

Alhoewel dit deel van het concurrentiebeding relatief vaag omschreven is, oordeelde de rechtbank dat het voldoende gemotiveerd was. Meer concreet gesteld: de werkgever had het zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelang voldoende gemotiveerd, zodat de rechter het concurrentiebeding rechtvaardig achtte. Wel besloot de rechter de duur van het concurrentiebeding te beperken van 12 naar 2 maanden.

De kantonrechter in Arnhem heeft eveneens een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtsgeldig bevonden. Ook ditmaal was het concurrentiebeding vrij algemeen omschreven, maar dat leidde aldus niet tot nietigheid van het beding. Het concurrentiebeding in deze zaak werd onderbouwd met de stelling dat de werknemer:

kennis neemt van klantenlijsten, prijslijsten, kostprijzen, leveranciersgegevens en know-how van de werkgever.”

Concurrentiebeding niet geldig

De kantonrechter Amsterdam heeft op 23 juli 2015 een interessant vonnis gewezen waarin werd geoordeeld dat de werkgever geen beroep kon doen op het concurrentiebeding dat zij had opgenomen in de arbeidsovereenkomst. De reden dat de rechter in deze zaak tot dit oordeel kwam, was dat er niet was omschreven over welke specifieke kennis en/of vertrouwelijke bedrijfsinformatie de werknemer zou beschikken tijdens het dienstverband. De rechtbank trok hieruit de conclusie dat het concurrentiebeding onvoldoende gemotiveerd was. Het gevolg: het concurrentiebeding werd nietig bevonden.

 Ook op 24 maart 2016 heeft de kantonrechter in Amsterdam zich gebogen over een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ditmaal werd er eveneens geoordeeld dat het concurrentiebeding geen stand kon houden. De reden hiervan was dat er een deugdelijke motivering ten aanzien van het concurrentiebeding ontbrak.

Het concurrentiebeding in deze kwestie luidde als volgt:

De functie van adviseur geeft werknemer toegang tot belangrijke informatie, waaronder tarifering en marges, van zowel werkgever zelf als van de opdrachtgevers van werkgever.”

 Alhoewel de strekking en onderbouwing van het concurrentiebeding concreet lijkt, oordeelde de rechter dat hiervan geen sprake van was. De rechter meende dat er niet duidelijk genoeg was omschreven welke specifieke werkzaamheden het noodzakelijk maakte dat er een concurrentiebeding werd opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Ook vond de rechter dat er onvoldoende was gespecificeerd op welke informatie het concurrentiebeding betrekking had. Immers, er werd slechts gesteld dat de werknemer in aanraking kwam met “belangrijke informatie”.

 Op grond hiervan oordeelde de rechter dat zowel het concurrentie- als relatiebeding nietig was.

 Lijn te ontdekken?

De conclusie van het voorgaande is dat er vooralsnog geen lijn valt te ontdekken in de uitspraken van de kantonrechters. Wel is duidelijk dat een uitgebreide en specifieke onderbouwing van het concurrentiebeding vereist is, alvorens het beding stand zal houden in de rechtbank. Let er in dit kader op dat de functie van de desbetreffende werknemer ook van groot belang is bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het concurrentiebeding. Zo zal een verkoopmedewerker eerder gebonden kunnen worden aan een concurrentiebeding dan een chauffeur.

 Contact
Heeft u vragen over een concurrentiebeding, neem dan contact met ons op. Onze advocaten kunnen u dan voorzien van adequaat advies. U kunt ons bereiken op info@siekmanstassen.nl / 023 554 16 93.