Gemeentelijke belastingen zijn… zo onrechtvaardig!

De gemeenten in Nederland zijn voor ongeveer 80 % van hun inkomsten afhankelijk van het Rijk (in hoofdzaak gemeentefonds). De overige 20 % aan inkomsten verkrijgen gemeenten door het heffen van gemeentelijke belastingen en heffingen. Op zich is daar niets mis mee, ware het niet dat deze gemeentelijke belastingen in een aantal gevallen leiden tot oneerlijke en onrechtvaardige verschillen, die niet goed uit te leggen zijn.

Vrijwel alle gemeentelijke belastingen zijn algemene belastingen, waarvan de gemeente zelf kan bepalen waaraan ze de opbrengst gebruikt.

In de gemeentewet wordt bepaald welke belastingen een gemeente mag heffen, maar dat niet hoeft te doen.
Andere belastingen dan die in de gemeentewet staan mogen niet geheven worden.

De ervaring leert dat de gemeentelijke belastingen door sommige gemeenten worden gebruikt om de begroting sluitend te krijgen.

Een aantal voorbeelden van oneerlijke belastingen:

Hondenbelasting
Een gemeente mag wel hondenbelasting heffen, maar geen kattenbelasting of belasting op paarden. De bevoegdheid tot het heffen van hondenbelasting die de wet aan gemeenten geeft, is mede ingegeven door de kosten die voor gemeenten voortvloeien uit de bevuiling van openbare wegen en plaatsen door honden. Bij andere door mensen gehouden dieren pleegt bevuiling van openbare wegen en plaatsen zich niet of in mindere mate voor te doen.

Nu zou je denken dat honden in alle gemeenten van Nederland de openbare wegen en plaatsen bevuilen, maar dat lijkt niet zo te zijn, want er zijn een flink aantal gemeenten, die geen hondenbelasting heffen. Of die gemeenten hebben die inkomsten niet nodig, vinden de controles op honden lastig of gunnen hun inwoners een hond(je) zonder extra belasting.

Maar dit leidt wel tot oneerlijke verschillen, want waarom moet een inwoner van Badhoevedorp wel € 77,50 per jaar voor zijn hond betalen, maar de inwoner van aangrenzende gemeente Amsterdam niets ? Amsterdam heft namelijk geen hondenbelasting maar de gemeente Haarlemmermeer wel.
Er zijn zelfs situaties waarbij de gemeentegrens door het midden van een woonstraat loopt. De ene kant van de straat moet dan wel hondenbelasting betalen en de andere kant van de straat niet. Leuk, als jouw overbuurman, die geen hondenbelasting betaalt zijn hond aan jouw kant van de straat uitlaat.

Bovendien hoeft een gemeente, die hondenbelasting heft, de inkomsten niet te besteden aan het tegengaan of opruimen van hondenpoep. De Hoge Raad, ons hoogste rechtsorgaan, heeft meerdere malen uitgemaakt, dat het een algemene inkomstenbelasting voor de gemeente is, dat (ook) voor andere uitgaven gebruikt kan worden, zoals de dienstauto van de burgemeester of de nieuwbouw van het raadhuis.

Ook is het vreemd, dat het tarief zo verschilt. In de gemeente Noordwijk moet in 2016 voor de eerste hond € 121,56 worden betaald, maar in de gemeente Opmeer slechts € 20,15. Meer dan honderd euro minder !

Van differentiatie naar soort of grootte van de hond is eveneens geen sprake, terwijl ik toch denk dat een Sint Bernhardhond de openbare aanzienlijk meer zal bevuilen dan een teckeltje.

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven terzake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Als een naambordje aan uw woning, zichtbaar vanaf de openbare weg, alleen uw naam vermeldt, bijvoorbeeld “ J.L.M. Vulling “ hoeft u geen reclamebelasting te betalen. Als u de naam van uw bedrijf daarbij zet,

“J.L.M. Vulling, tandarts “ wel.

Twee vrienden van mij hebben naast elkaar een winkel met allebei een mooie etalage. De één een bakkerswinkel, de ander een slagerij. In de etalage van de bakkerswinkel staan heerlijke taarten uitgestald, bijzondere broden, koekjes en ga zo maar door. Op de winkelruit staat niets.

Daarnaast, bij de slager, zie je worsten uitgestald, hammen, biefstukken etc.

Daar staat in sierlijke letters op de ruit:

“ Keurslagerij Jansen, fijn vlees en vleeschwaren ”.

Dat laatste is een openbare aankondiging, dus er moet reclamebelasting worden betaald.

De bakker betaalt niet, want op zijn ruit staat geen aankondiging, terwijl iedereen vanaf de openbare weg aan de etalage kan zien dat het een bakkerswinkel is.

Bijdrage BIZ
In een aantal gemeenten is de reclamebelasting vervangen door een bijdrage voor een bedrijfsinvesteringszone (BIZ). Dat wil zeggen dat een gemeente een gebied kan aanwijzen, meestal het centrum of een deel daarvan, waar van eigenaren of gebruikers van onroerende zaken (bedrijven) een bijdrage kan worden geheven, dat in een gezamenlijke pot wordt gestopt voor, zoals de wet het zegt:

uitgaven die strekken ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Uit die pot worden dan allerlei activiteiten gefinancierd, zoals de Sinterklaasintocht, leuke kerstversiering in de winkelstraten van het centrum, camera-beveiliging enz. enz.

Maar de vraag is of de architect of belastingadviseur, die een pand in dat centrum heeft erg veel voordeel heeft bij die activiteiten.

Maar hij moet wel meebetalen en soms meer dan anderen (die er wel baat bij hebben), want de te betalen bijdrage is vaak gekoppeld aan de WOZ-waarde van zijn pand. Dus als de architect een duur pand heeft moet hij veel betalen voor activiteiten waar hij weinig of niets aan heeft.

Forensenbelasting
Forensenbelasting mag geheven worden van eigenaren van een tweede woning in Nederland in een plaats, waar ze niet in het bevolkingsregister ingeschreven staan. Een vakantiehuisje dus.

Als de eigenaar daar meer dan 90 nachten per jaar verblijft of dat vakantiehuis per jaar meer dan 90 dagen voor hem of zijn gezin beschikbaar staat moet in veel gemeenten forensenbelasting worden betaald.

Achterliggende gedachte is, dat die mensen, als ze in dat vakantiehuisje verblijven, gebruik maken van de gemeentelijke eigendommen en diensten, zoals de wegen, parken, het strand en ga zo maar door. Op zich redelijk en begrijpelijk.

Minder begrijpelijk is, dat de hoogte van de te betalen belasting veelal gerelateerd wordt aan de WOZ-waarde van de vakantiewoning. In de praktijk betekent dit, dat de eigenaar van een oude stacaravan, waar hij met zijn gezin van 6 personen regelmatig verblijft, veel minder betaalt dan een echtpaar, dat een mooie – maar dure – vakantiewoning heeft gekocht. Dat echtpaar maakt met z’n tweeën veel minder gebruik van de gemeentelijke eigendommen en diensten dan het gezin van 6 personen, maar betaalt meer. Behalve minder begrijpelijk is het- gelet op de achterliggende gedachte – ook niet redelijk.

Eigenaren van vakantiehuisjes zijn vindingrijk. Zo zie je dat er tussen zo’n eigenaar en een verhuurmaatschappij (soms familie of vrienden) een contract wordt gesloten, waarin staat dat de eigenaar niet meer dan 60 dagen in zijn eigen vakantiehuis mag verblijven en dat het ook niet meer dan 60 dagen voor hem en zijn gezin ter beschikking zal staan. Dan hoeft er dus geen forensenbelasting betaald te worden.

Maar als hij er toch vaker komt dan contractueel is vastgelegd, wie controleert dat dan of kan dat controleren ?

Toeristenbelasting
Eigenlijk is het woord toeristenbelasting onjuist. Het is een belasting, die wordt geheven van personen, die tijdelijk (tenminste één nacht) in een gemeente verblijven. Dus ook anderen dan toeristen, bijvoorbeeld zakenlieden vallen daaronder.

Net als bij de forensenbelasting is daarbij de oorspronkelijke gedachte, dat die mensen ook gebruik zullen of kunnen maken van de gemeentelijke eigendommen en faciliteiten.

Lang niet in alle gevallen is dat zo. Bovendien wordt degene, die verblijf mogelijk maakt en verzorgt, zoals de hotelhouder aangesproken voor het innen van die belasting. Hij wordt dus – onbetaald –belastingambtenaar.

Er is de laatste tijd veel te doen over de verhuur van particuliere woningen of kamers daarin aan toeristen door de woningeigenaren zelf (Airbnb en dergelijke bedrijven).

Allerlei maatregelen worden door gemeenten bedacht om dit fenomeen terug te dringen. Argumenten als brandgevaar, overlast en dergelijke worden gebruikt.

Ik denk dat het gemis aan toeristenbelasting daarbij onuitgesproken een grote rol speelt. De verblijfsverleners worden namelijk niet geregistreerd en dragen geen toeristenbelasting af.

Parkeerbelasting
Daar kan ik kort over zijn. Parkeerbelasting was ooit bedoeld om de openbare parkeerruimte in een gemeente te bekostigen (aanleg en onderhoud) en de schaarse parkeerruimte in de tijd gezien eerlijk te verdelen over de automobilisten, die ergens willen parkeren, bijvoorbeeld om boodschappen te doen, familie te bezoeken of uit te gaan.

Dat uitgangspunt is al lang verlaten. Parkeerbelasting is een gemeentelijke melkkoe geworden.

Als op een groot, maar leeg parkeerterrein één auto staat, die geen kaartje heeft gekocht of niet de blauwe schijf heeft gezet, krijgt de eigenaar een bon. Dit ondanks het feit, dat er ruimte in overvloed is voor andere parkeerders.

Veel parkeerterreinen en zeker parkeergarages zijn niet eens meer van een gemeente, maar worden door particulieren bedrijven gerund, zoals Q-park. Het parkeren aldaar is al lang geen gemeentelijke zorg meer, maar geld-business, waarbij gemeentelijke parkeercontroleurs of handhavers enthousiast direct of indirect meewerken aan de winstmaximalisatie van deze bedrijven.

Heffingen
Dit zijn rechten, tarieven en leges. Bijvoorbeeld rioolheffing, een kaartje voor het gemeentelijke zwembad of de kosten voor een paspoort. De gemeente kan hier alleen de totale kosten vergoed krijgen die ze gemaakt heeft. De totale opbrengst van deze heffingen mag niet meer zijn dan de totale kosten die de gemeente ermee betaalt.

Inmiddels zijn er ontzettend veel rechtszaken gevoerd en worden nog gevoerd over de vraag of een gemeente de heffing op een juiste wijze heeft vastgesteld, gelet op de uitgaven, die een gemeente voor zo’n dienst of activiteit heeft begroot of heeft gedaan en welke kosten daar wel of niet onder gebracht mogen worden. Noodzakelijke vervanging van activa, bijvoorbeeld van gemeentelijke riolering, mag wel, maar uitbreiding van het rioolstelsel mag daar niet onder gebracht worden.

Erg is, dat in sommige gevallen blijkt dat een gemeente z’n boekhouding niet op orde heeft en dan ten onrechte kosten onder een heffing brengt, die daar niet thuishoren. Erger is, als men dat willens en wetens doet.

Los van deze begrotingsperikelen van gemeenten lijkt het systeem van rechten en heffingen rechtvaardig en eerlijk. Niets is minder waar. Als voorbeeld de rioolheffing.

Rioolheffing
Het is logisch, dat huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater afgevoerd moet worden. Als de gemeente dat verzorgt en daarvoor kosten maakt moet daarvoor natuurlijk betaald worden. Iedereen, die daarvoor een aansluiting heeft op de gemeentelijke riolering krijgt dan ook een aanslag, terecht mits rekening wordt gehouden met de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

Nu is het voor gebruikers – particuliere bewoners – meestal zo, dat ze de eerste 250 m3 gratis mogen afvoeren, maar daarboven een bedrag betalen per 10 m3 (gebruikersdeel). Immers zij zijn de veroorzakers van het afvalwater.

De vraag is echter waarom eigenaren daar boven op ook nog een (vast) bedrag moeten betalen, het eigenarendeel per perceel. Alleen omdat ze eigenaar zijn van het perceel of dat dit perceel op één of andere wijze aangesloten is op de gemeentelijke riolering ?

Maar niet alleen voor afvalwater wordt rioolheffing geheven, ook voor de afvoer van hemelwater, de regen. Op zich is daar ook wel wat voor te zeggen, maar daarbij kan men vreemde en oneerlijke situaties tegenkomen.

Als je een garage hebt, die op hetzelfde kadastrale perceel als je huis staat, hoef je voor de afvoer van hemelwater niet extra te betalen. Staat de garage niet op hetzelfde perceel, maar bijvoorbeeld aan de overkant van de straat of als de garage onderdeel uitmaakt van een rij garages, los van de woningen dan moet je wel rioolheffing voor die garage betalen. In veel gemeenten is de aanslag voor de garage dan even hoog als voor de woning. Zelfs als er in de garage geen kraan en afvoer aanwezig is.

Nog vreemder is het in situaties, dat een garage of parkeerplaats zich onder een appartementencomplex (in de kelder) bevindt. De appartementseigenaar moet dan ook twee keer betalen. Eén keer voor het appartement dat hij bewoont, waaruit huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd en het hemelwater dat van het dak van het appartementencomplex kom, maar ook een keer voor het hemelwater dat op het appartementencomplex valt, maar toegerekend wordt aan zijn parkeerplaats in de kelder !

Een groot bedrijf in Noord-Holland, dat rioolbuizen maakt, had keurig afvoerbuizen aangebracht in en aan het fabriekscomplex om het afvalwater uit de fabriek en het hemelwater van de daken af te voeren. Ook een keurige riolering van het parkeerterrein behorende bij die fabriek naar de naastgelegen sloot, die hun eigendom was. Toch moesten ze ook voor de afvoer van het parkeerterrein rioolheffing betalen, want hun sloot kwam honderden meters verder uit op een gemeentelijke sloot en dat wordt gerekend tot het gemeentelijke rioleringssysteem.

De eigenaar echter van een grote boerenschuur, die midden op het agrarische land staat en waaraan geen (dak-)goten en afvoerbuizen zitten, maar waar het hemelwater zo van het dak op het land stroomt en in de gemeentelijke sloot terecht komt, krijgt geen aanslag rioolheffing. Toch wel een beetje vreemd en oneerlijk.

Tot slot
De regering heeft het voornemen te komen tot verruiming van het lokaal belastinggebied. Typisch Nederlands is daartoe een commissie ingesteld (Commissie Rinnooy Kan) die een aantal voorstellen heeft gedaan. Eén van de voorstellen betreft vereenvoudiging van een aantal (kleine) lokale belastingen.

Onduidelijk is wat van die voorstellen terecht zal komen, maar ik hoop, dat de verruiming en vereenvoudiging zal leiden tot een rechtvaardiger belastingheffing.

Goedkoper zal de overheid het niet maken, maar ik hoop wel eerlijker.

Slot
Heeft u vragen over gemeentelijke belastingen? Bel ons direct: 023 554 16 80.